Voorlichting

‘t Haagsch Geboortehuys

Tijdens de reguliere controles op de praktijk krijg je veel informatie over verschillende onderwerpen. Hier kun je alles nog eens nalezen.

Prenatale screening

Tijdens de eerste controle krijgen alle zwangeren de mogelijkheid aangeboden om geïnformeerd te worden over prenatale screening tijdens de zwangerschap. Deze screening bestaat uit de combinatietest of de niet-invasieve prenatale test (NIPT) en het structureel echoscopisch onderzoek (SEO). Nadat je goed geïnformeerd bent is het belangrijk samen met je partner te kijken of je gebruik wil maken van de mogelijkheid van de onderzoeken.

Vanaf 1 april 2017 hebben alle zwangeren de mogelijkheid te kiezen voor de NIPT als eerste test voor prenatale screening op down-, edwards- en patausyndroom. Dat houdt in dat er een keuze bij komt: alle zwangeren kunnen als zij besloten hebben deel te nemen aan de prenatale screening kiezen voor de combinatietest óf de NIPT. De NIPT wordt aangeboden in het kader van een wetenschappelijke implementatiestudie TRIDENT-2.

De NIPT

Net als de combinatietest is de NIPT een test waarbij de kans berekend wordt op het aanwezig zijn van de volgende aandoeningen bij het kind: downsyndroom, edwardsyndroom en patausyndroom.

De NIPT is een onderzoek waarbij bloed van de zwangere wordt afgenomen en onderzocht. Het laboratorium onderzoekt het DNA in het bloed op chromosoomafwijkingen, zo kan worden bepaald of het kind down-, edwards, of patausyndroom heeft.

De NIPT kan worden uitgevoerd vanaf 11 weken zwangerschap.

Met de NIPT  wordt de kans berekend dat u zwanger bent van een kind met een syndroom. Na het onderzoek is nooit met zekerheid te zeggen of het kind  wel of geen syndroom heeft. Bij een niet-verhoogde kans blijkt bij de geboorte heel soms dat het kind deze aandoening toch heeft. Andersom betekent een verhoogde kans lang niet altijd dat het kind de aandoening ook werkelijk heeft. De betrouwbaarheid van de NIPT is ongeveer 96% voor downsyndroom, 87% voor edwardsyndroom en 78% voor patausyndroom.

De combinatietest

De combinatietest is een onderzoek tijdens de zwangerschap waarbij de kans berekend wordt op het aanwezig zijn van de volgende aandoeningen bij het kind: downsyndroom, edwardsyndroom en patausyndroom.

Het onderzoek bestaat uit een combinatie van twee onderzoeken enerzijds het bloedonderzoek bij de moeder (vroege serumscreening) en anderzijds een echoscopische nekplooi meting van het kind. Voor de uitslag worden de uitslagen van de twee onderzoeken gecombineerd met de leeftijd van de moeder, haar gewicht, rookgedrag en het aantal eerder geboren kinderen en de precieze duur van de zwangerschap.

Met de combinatietest  wordt de kans berekend dat u zwanger bent van een kind met een syndroom. Na het onderzoek is nooit met zekerheid te zeggen of het kind  wel of geen syndroom heeft. Bij een niet-verhoogde kans blijkt bij de geboorte heel soms dat het kind deze aandoening toch heeft. Andersom betekent een verhoogde kans lang niet altijd dat het kind de aandoening ook werkelijk heeft. De betrouwbaarheid van de combinatietest is ongeveer 85% voor downsyndroom, 77% voor edwardssyndroom en 65% voor patausyndroom.

Het bloedonderzoek

Het bloedonderzoek wordt uitgevoerd tussen week 9 en 11 eventueel tot 14 weken zwangerschap in het laboratorium.

De nekplooimeting

De echoscopische meting van de nekplooi wordt uitgevoerd tussen 11 en 14 weken zwangerschap. Bij dit onderzoek wordt de dikte van de nekplooi van het kind gemeten. Dit is een dun laagje vocht net onder  de huid in de nek. Dit laagje vocht is altijd aanwezig ook bij gezonde kinderen. Hoe dikker de nekplooi hoe groter de kans is dat er sprake is van een van de genoemde aandoeningen bij het kind.

Wanneer jullie kiezen om gebruik te maken van de mogelijkheid van een van deze beide onderzoeken wordt na het counselingsgesprek precies uitgelegd wat er moet gebeuren.
Wanneer er na het onderzoek  sprake is van een verhoogde kans wordt er in overleg  met elkaar een afspraak gemaakt om de uitslag van het onderzoek te bespreken. Tijdens dit gesprek worden de mogelijkheden van nader diagnostisch onderzoek (prenatale diagnostiek) met jullie besproken. Voor meer informatie over prenatale  diagnostiek zie kopje prenatale diagnostiek.

Als bij de nekplooimeting een nekplooi wordt gemeten van meer dan 3,5 millimeter krijg je ook vervolgonderzoek aangeboden. Zelfs als de uitslag van de combinatietest geen verhoogde kans is. Dit kan namelijk een aanwijzing zijn voor een andere aandoening.

De kosten van de combinatietest en de NIPT worden niet voor iedereen vergoed.  Kosten van de combinatietest bedragen 168 euro, de kosten van de NIPT bedragen 175 euro. Indien er sprake is van een medische indicatie dan worden beide onderzoeken vergoed door de zorgverzekeraar. Medische indicatie is o.a. een eerder kind met een van de genoemde syndromen.

Voor meer informatie over de combinatietest en de NIPT wordt verwezen naar de volgende links. In deze links wordt uitgebreide informatie gegeven over prenatale screening, ook wordt er dieper ingegaan op wat de genoemde syndromen inhouden. Ook is er een keuzewijzer die je kan helpen bij de keuze om wel of geen gebruik te maken van de mogelijkheid van prenatale screening:

RIVM

Het RIVM coördineert op verzoek van het ministerie van VWS en met instemming van de medische beroepsgroepen de screening op Downsyndroom en lichamelijke afwijkingen.

www.rivm.nl/zwangerschapsscreening

www.rivm.nl/zwangerschapsscreening/downscreening/folders/

NIPT

www.onderzoekvanmijnongeborenkind.nl

Voor meer informatie over de TRIDENT studies en de prikposten:

www.meerovernipt.nl

Voor meer informatie over de betaling van de NIPT:

www.niptbetalen.nl

Het Erfocentrum

Het Erfocentrum is het nationale kennis- en voorlichtingscentrum over erfelijkheid, zwangerschap en erfelijke en aangeboren aandoeningen.

www.erfelijkheid.nl

www.prenatalescreening.nl

De 20-weken echo

De 20-weken echo ook wel structureel echoscopisch onderzoek genoemd is een uitgebreid medisch echoscopisch onderzoek, dat indien gewenst wordt uitgevoerd tussen 18 en 22 weken zwangerschap. Tijdens dit onderzoek wordt er gekeken naar mogelijke lichamelijke afwijkingen bij het ongeboren kind, heel belangrijk hierbij is de beoordeling  van een mogelijk open rug of open schedel bij het kind (neuralebuis-defecten).  Daarnaast wordt er gekeken naar de ontwikkeling  van alle organen, de  groei van het kind en de hoeveelheid vruchtwater wordt beoordeeld.

Als er tijdens de 20-weken echo afwijkende bevindingen worden waargenomen kom je in aanmerking voor verder onderzoek. Dit vervolg onderzoek bestaat uit een Geavanceerd Ultra Geluid onderzoek (GUO). Wanneer er in je directe familie lichamelijke afwijkingen voorkomen kom je direct in aanmerking voor een Geavanceerd Ultra geluid Onderzoek tussen de 18 en 22 weken zwangerschap. Daarnaast zijn er nog een aantal medische indicaties waarbij dit Geavanceerd Ultra Geluid onderzoek uitgevoerd wordt.  Je wordt daarvoor door verwezen naar de gynaecoloog.

Tijdens de eerste controle zal uit het intake gesprek blijken of er sprake is van een verhoogd risico waardoor je in aanmerking komt voor een van deze medische indicaties. De 20-weken echo wordt voor alle zwangeren vergoed door de zorgverzekeraar.

Voor meer informatie over de 20-wekenecho wordt verwezen naar:

www.knov.nl/voor-zwangeren/zwanger/prenataal-onderzoek

Prenatale diagnostiek

Wanneer er sprake is van een verhoogde kans op een kind met aangeboren aandoeningen kom je in aanmerking voor prenatale diagnostiek. Of er sprake is van een verhoogde kans wordt bekend d.m.v. de uitslag van de prenatale screening of wordt vastgesteld op grond van informatie tijdens het eerste bezoek aan de praktijk. Met prenatale diagnostiek kan hierover uitsluitsel gegeven worden.

Prenatale diagnostiek houdt in dat er gericht onderzoek wordt gedaan naar bepaalde afwijkingen bij het kind. Dit onderzoek bestaat meestal uit een vlokkentest of een vruchtwaterpunctie. Deze onderzoeken geven informatie over chromosoomafwijkingen en erfelijke aandoeningen die berusten op een DNA-afwijking. Het uitvoeren van een vlokkentest of een vruchtwaterpunctie is niet geheel zonder risico en wordt alleen uitgevoerd als daar een medische indicatie voor bestaat.

Er is sprake van een indicatie voor prenatale diagnostiek:
wanneer je 36 jaar of ouder bent,
wanneer er een verhoogd risico op een afwijking bestaat, bijvoorbeeld door erfelijkheid of na de uitslag van de prenatale screening.

De vlokkentest
Een vlokkentest wordt meestal uitgevoerd tussen de 11e en de 14e zwangerschapsweek. Tijdens het onderzoek wordt via de buikwand of via de vagina door de gynaecoloog met een dunne naald een beetje weefsel weggenomen. Dit vlokkenweefsel zal later de placenta vormen en bevat dezelfde chromosoomsamenstelling als de cellen van het ongeboren kind. Het weefsel wordt onderzocht op afwijkingen aan de chromosomen.

De uitslag is meestal binnen twee weken bekend. Wanneer de uitslag afwijkend blijkt te zijn, zal de gynaecoloog met je bespreken van welke afwijking er sprake is en wat voor consequenties dit zal hebben voor je zwangerschap en het ongeboren kind. De kans op een miskraam wordt door de vlokkentest iets verhoogd. De kans is ongeveer 0,5% verhoogd.

De vruchtwaterpunctie
Een vruchtwaterpunctie wordt vanaf de 16e zwangerschapsweek uitgevoerd. Er wordt via de buikwand met een dunne naald wat vruchtwater afgenomen uit de baarmoeder. In het vruchtwater zitten lichaamscellen van het ongeboren kind. Deze komen onder andere van de huid. Deze cellen worden onderzocht op afwijkingen aan de chromosomen.

De uitslag is meestal binnen drie weken bekend. Indien de uitslag afwijkend is, zal de gynaecoloog met je bespreken van welke afwijking er sprake is en wat voor consequenties dit zal hebben voor je zwangerschap en het ongeboren kind. Door de vruchtwaterpunctie is de kans op een miskraam met ongeveer 0,3% verhoogd.

Zowel met de vruchtwaterpunctie als met de vlokkentest kan met zekerheid worden vastgesteld of er sprake is van een chromosomale aandoening of niet. Meer informatie over de vlokkentest of vruchtwaterpunctie kun je vinden op www.erfocentrum.nl

Lastige keuzes
Wanneer blijkt dat er sprake is van een chromosomale aandoening kom je als aanstaande ouders voor moeilijke keuzes te staan: de zwangerschap voortzetten of afbreken. Aanwezigheid van een aandoening hoeft beslist geen reden te zijn om de zwangerschap af te breken. Door van te voren op de hoogte te zijn van de aandoening kun je je voorbereiden op de extra zorg die je kind na de bevalling nodig heeft.

Wanneer je in het geval van een ernstige aandoening wel overweegt de zwangerschap af te breken, zal de gynaecoloog dit met je bespreken. Volgens de Nederlandse wet is een zwangerschapsafbreking na 24 weken niet meer mogelijk, op twee uitzonderingen na: óf het is voor je eigen gezondheid strikt medisch noodzakelijk óf je ongeboren kindje is niet levensvatbaar.

Het is daarom belangrijk dat je voordat je kiest voor de mogelijke onderzoeken van prenatale screening en diagnostiek je hierover een zorgvuldige beslissing hebt kunnen maken en op de hoogte bent van eventueel mogelijke vervolg stappen. Eenmaal begonnen is het traject vaak moeilijk te stoppen. Veel aanstaande ouders ervaren het vervolgtraject na het vaststellen van een aandoening als fysiek en psychisch belastend.

Tot slot
Het besluit wel of geen prenatale screening en of diagnostiek te laten verrichten kan veel consequenties hebben. Zorgvuldig hierover beslissen is belangrijk. Een keuze die jullie als aanstaande ouders zelf moeten maken, maar waarbij wij jullie goed informeren en begeleiden.

Voeding

Voeding tijdens de zwangerschap
Een goede voeding is vanaf het begin van de zwangerschap heel belangrijk. Het ongeboren kind ontwikkelt zich in de eerste maanden heel snel en is daarin afhankelijk van de voeding die de moeder gebruikt. Het is daarom verstandig gezond en gevarieerd te eten. Neem elke dag verse (goed gewassen) groenten, fruit, melk- en volkoren producten.

Behalve foliumzuur is het tijdens de zwangerschap niet nodig extra vitamines en mineralen te slikken. Als je toch een vitaminepreparaat gebruikt, gebruik er dan een die speciaal is bestemd voor zwangeren. Daar zit namelijk wat minder vitamine A in en wat extra ijzer en foliumzuur.

Tijdens de zwangerschap zijn sommige voedselinfecties extra gevaarlijk. Verklein de kans op toxoplasmose en besmetting met de listeriabacterie door geen rauw vlees en producten gemaakt van rauwe melk te gebruiken. Kazen gemaakt van gepasteuriseerde melk vormen geen enkel probleem, zoals de meeste voorverpakte kazen uit de supermarkt.

Lever en lever producten bevatten veel vitamine A, een teveel aan vitamine A kan schadelijk zijn voor de baby, het advies is daarom geen lever te eten en niet meer dan één boterham per dag met producten die gemaakt zijn van lever te beleggen. Gebruik geen voorverpakte vis, zoals gerookte zalm, je loopt kans op een listeriabesmetting.

Vis is heel gezond, zeker ook voor zwangeren. Maar eet vanwege de dioxines niet meer dan 2 porties vette vis per week. Vermijd het eten van roofvissen, zoals zwaardvis, snoekbaars, haai, koningsmakreel en verse tonijn. Ook tonijn uit blik wordt afgeraden om te eten. Bewaar verse producten zoals vleeswaren en rauwkostsalades niet te lang met het oog op listeriabesmetting.

In koffie en energie dranken zit caffeïne, teveel caffeïne is voor het ongeboren kind niet goed. Drink daarom niet meer dan één kop koffie per dag. Het gebruik van energie dranken wordt ontraden. In drop komt de stof glycyrrhizine voor dit kan de bloeddruk verhogen. Wees dus matig met drop. In pimba (kalebaskalk) kan veel lood zitten. Bij het eten van ijs is het beter te kiezen voor schepijs of verpakt ijs i.p.v softijs. In de machines kunnen restjes melk achter blijven waar de listeriabacterie in kan zitten. Dit geldt dus ook voor bijvoorbeeld milkshakes.

Meer informatie over gezonde voeding voor, tijdens en na de zwangerschap kan je vinden op www.voedingscentrum.nl

Roken/alchohol/drugs

Roken
Als je rookt gedurende je zwangerschapswens, duurt het langer om zwanger te raken. 
Je bent minder vruchtbaar waardoor de kans drie keer groter is dat het langer duurt voor je zwanger bent dan bij vrouwen die niet roken. Ook mannen zijn verminderd vruchtbaar, de hoeveelheid zaadcellen in het sperma zijn verminderd en bovendien zijn de zaadcellen minder beweeglijk dan bij een niet-rokende man.

De periode vlak vóór de bevruchting en de eerste maanden van de zwangerschap zijn belangrijk voor de ontwikkeling van je kind. Tabak bevat schadelijke stoffen die zorgen voor een verminderde doorbloeding van de placenta, hierdoor gaan minder voedingstoffen en zuurstof naar het kind , wat een negatief effect heeft op de groei en ontwikkeling van het kind.
Kinderen van rokende moeders worden vaker te vroeg geboren met een groeiachterstand. 
Ook verhoogt roken tijdens de zwangerschap het risico op een miskraam.

Alcohol
Voor zowel vrouwen als mannen is het beter om niet meer te drinken als je besloten hebt zwanger te willen worden. Bij mannen verzwakt alcohol het zaad: het aantal zaadcellen neemt af en het aantal afwijkende zaadcellen neemt toe. Dus om een zwangerschap te bespoedigen, kunnen mannen beter niet drinken.

De eerste maanden van de zwangerschap zijn belangrijk voor de ontwikkeling van het kind. Een veilige hoeveelheid is voor alcohol niet te geven.Er zijn al aanwijzingen dat bij het gebruik van minder dan één glas alcohol per dag er ongunstige effecten kunnen zijn op de zwangerschap in de vorm van miskramen, foetale sterfte en vroeggeboorte. Ook heeft het gebruik van alcohol negatieve effecten op de psychomotorische ontwikkeling van het kind.

Voor meer informatie over alcohol gebruik en zwanger worden kan je kijken op de volgende websites:
De Stichting Alcohol Preventie, STAP.

Op hun site staat ook specifieke informatie voor zwangeren.

De Alcohol Infolijn (0900) 500 20 21 (10 eurocent per minuut) geeft betrouwbare informatie over alcohol.

Via alcoholinfo krijg je veel informatie over alcohol. Daar vind je ook specifieke informatie voor als je zwanger bent of borstvoeding geeft.

Drugs
Het gebruik van drugs brengt risicos voor het ongeboren kind met zich mee. Wanneer je een kinderwens hebt wordt dringend geadviseerd dat je stopt met het gebruiken van drugs voor dat je zwanger wordt. Wanneer je pas tijdens de zwangerschap stopt kunnen er al schadelijke effecten zijn opgetreden bij het kind. Wanneer je hier hulp bij nodig hebt raadpleeg dan je huisarts, die weet waar je terecht kan voor hulp.

Foliumzuur

Foliumzuur tijdens de zwangerschap
In het eerste trimester van de zwangerschap wordt de neurale buis aangelegd. Dit is bij een ongeboren kind het begin van het ruggenmerg en de hersenen. Wanneer er iets fout gaat bij de aanleg en ontwikkeling van de neurale buis kunnen er in de zwangerschap afwijkingen aan het ruggenmerg of de hersenen ontstaan. Er is dan sprake van een open ruggetje of een open schedel. Dit zijn beide neurale buisdefecten.

Om de kans op afwijkingen vroeg in de zwangerschap zo klein mogelijk te maken wordt aangeraden extra foliumzuur te slikken, foliumzuur verkleint namelijk de kans op neurale-buisdefecten. Omdat het ongeveer vier weken duurt voordat er extra foliumzuur in je lichaam opgenomen is start je met het slikken van foliumzuur een maand voor je stopt met anticonceptie, zo weet je zeker dat er voldoende foliumzuur in je lichaam aanwezig is op het moment dat je zwanger wordt. Het advies is om dagelijks 0.5 milligram foliumzuur te gebruiken t/m de tiende week van de zwangerschap. De tabletten zijn zonder recept bij de apotheek verkrijgbaar.

Soms lukt het niet op tijd te beginnen met het slikken van foliumzuur, het kan zijn dat je onverwacht zwanger bent of dat je sneller zwanger bent dan verwacht. Dit is geen reden tot ongerustheid, de kans op een kind met een neurale buis-defect is namelijk heel klein ook wanneer geen foliumzuur wordt gebruikt. Begin wel vanaf het moment dat je weet dat je zwanger bent met het gebruiken van foliumzuur.

Multivitamine met foliumzuur
In sommige multivitaminen zit ook foliumzuur. Wanneer je een multivitaminen wil gebruiken kies dan de multivitaminen voor zwangere vrouwen. Deze multivitaminen bevatten alle vitaminen die goed zijn voor zwangere vrouwen in de juiste dosering. Wanneer je er voor kiest deze multivitaminen te gebruiken hoeft daarnaast geen foliumzuur gebruikt te worden. Let er wel op dat je per dag de juiste hoeveelheid foliumzuur binnen krijgt.

Medicijngebruik

Medicijngebruik tijdens de zwangerschap
Wanneer je voor je zwangerschap regelmatig medicatie hebt gebruikt is het belangrijk ruim voordat je zwanger wordt met je behandelend arts, apotheker of met ons te overleggen of de medicatie die je gebruikt in de zwangerschap, is toegestaan. Veel soorten medicatie passeren namelijk de placenta en komen op deze manier bij het ongeboren kind. Dit kan schadelijk zijn voor het kind.

Het gebruik van pijnstillers tijdens de zwangerschap is toegestaan, we adviseren je paracetamol te gebruiken zonder toevoeging van codeïne of coffeïne. Het wordt afgeraden om ibuprofen, aspirine of naproxen te gebruiken.

Sporten en werken

Sporten
Bewegen is erg belangrijk in de zwangerschap en kan helpen zwangerschapsklachten te voorkomen of te verminderen. Hier geldt dat je een heel eind komt als je luistert naar je lichaam. Houd er wel rekening mee dat je met een dikke buik en extra soepele banden en gewrichten makkelijker een blessure kunt oplopen. Fietsen, zwemmen en wandelen kan altijd. Ben je een fanatiek sporter, weet dan dat het beter is om op tijd geleidelijk te minderen dan opeens met alle activiteiten te moeten stoppen.

Werken
Zorg dat je lichamelijk en geestelijk voldoende bent uitgerust tegen de tijd dat je kind kan komen. Heb je een baan, stop dan op tijd met werken, in ieder geval vier of zes weken voor je bent uitgerekend. Voor meer informatie over zwangerschapsverlof kan je kijken op www.fnv.nl en www.minszw.nl.

Miskraam

De eerste drie maanden van de zwangerschap zijn het meest kwetsbaar, tijdens deze periode eindigt één op de 10 zwangerschappen in een miskraam.

Wanneer je kind spontaan te vroeg geboren wordt, noemen we dit tot en met de 16e zwangerschapsweek een miskraam. De meeste miskramen vinden plaats tussen 8 en 13 weken zwangerschap. Een miskraam komt best vaak voor. Gemiddeld één op de vijf vrouwen maakt dit wel eens mee. Een miskraam ontstaat niet door lichamelijke inspanning maar is meestal het gevolg van een fout in de ontwikkeling tijdens de eerste celdelingen, in 5% zijn er andere redenen zoals een verkeerde innesteling, een infectie of een afwijkende baarmoedervorm. Een miskraam kun je niet voorkomen. De miskraam verloopt meestal als een heftige menstruatie met krampende buikpijn. Zowel fysiek als mentaal kan een miskraam een ingrijpende gebeurtenis zijn. Ook voor je partner en eventuele andere kinderen kan een miskraam veel indruk maken. Neem altijd contact met mij op via het spoednummer dan kan ik je begeleiden en zo nodig door verwijzen naar de gynaecoloog.

Wanneer je twee keer achter elkaar een miskraam hebt gehad bestaat er de mogelijkheid om verder onderzoek te laten verrichten naar de oorzaak van de miskramen. Dit onderzoek bestaat uit een chromosoomonderzoek bij jou en je partner en wordt uitgevoerd door de gynaecoloog.

Stuitligging

De meeste kinderen liggen rond de achtste maand met het hoofd naar beneden. Dat noemen we de ‘hoofdligging’. Dat is voor een kind de meest natuurlijke ligging om geboren te worden. Bij 3-4% van de zwangerschappen is dit niet het geval en ligt het kind met de voeten of billen naar beneden. Dat noemen we de stuitligging. Er zijn verschillende soorten stuitligging, de volkomen stuitligging en de onvolkomen stuitligging.

Bij de volkomen stuitligging heeft het kind de voeten in het bekken en bij de onvolkomen stuitligging heeft het kind de billen in het bekken en de voeten omhoog. Meestal is er geen oorzaak te vinden voor de stuitligging. Een stuitligging komt wel wat vaker voor bij een meerlingzwangerschap of bij bepaalde afwijkingen van de baarmoeder.

Indien je kind bij 35 of 36 weken in stuitligging ligt zal er altijd een echo gemaakt worden om dit te bevestigen. Een bevalling in hoofdligging geeft de minste kans op complicaties voor moeder en kind. Daarom zal het uitwendig keren van de baby, de ‘uitwendige versie’, bijna altijd voorgesteld worden als je kind bij 35 of 36 weken zwangerschap in stuitligging ligt.

De uitwendige versie
Vanaf 36 weken zwangerschap, tot aan de bevalling kan de baby gedraaid worden, van stuitligging naar hoofdligging. Voor 36 weken zwangerschap heeft dit geen zin, omdat baby’s dan nog makkelijk naar stuitligging terug kunnen draaien omdat daar dan nog voldoende ruimte voor is. Voor het uitvoeren van een versie word je verwezen naar de gynaecoloog, deze zal je kind proberen te draaien. Met beide handen worden via de buitenkant van de buik de billen van de baby omvat en naar één kant van het bekken gebracht. Daarna wordt het kind met één hand op deze plaats gehouden en met de andere hand wordt het hoofd naar voren bewogen. Door de billen omhoog en het hoofd geleidelijk naar beneden te bewegen zal je kind zelf verder doordraaien. De kans op slagen van de uitwendige versie ligt tussen de 40-50%. Als je al eens eerder bent bevallen, is de kans van slagen groter. Verder is de hoeveelheid vruchtwater van belang, net als de ligging van de placenta. Deze voorwaarden worden altijd eerst van te voren bepaald d.m.v. een echoscopisch onderzoek voor de uitwendige versie wordt uitgevoerd.

Wat zijn de risico’s van het draaien?
Complicaties bij een uitwendige versie komen zelden voor. Het kan voorkomen dat de hartslag van het kind tijdelijk vertraagt of versnelt. Deze herstelt zich vrijwel altijd binnen tien minuten. Mocht dit niet gebeuren, dan word je direct doorgestuurd naar het ziekenhuis. Verder kan het in een zeer zeldzaam geval gebeuren dat de bevalling begint door de uitwendige versie, deze kans is 0,2%. Als de uitwendige versie gelukt is kan de verdere controle van je zwangerschap bij de verloskundige blijven en kun je kiezen of je thuis of poliklinisch wilt bevallen. Indien het draaien niet is gelukt of als je kind uit zichzelf weer terug draait zal je bij de gynaecoloog onder controle blijven en bevallen. Indien de gynaecoloog heeft bepaald dat een vaginale stuitbevalling veilig is, heb je de keuze tussen een vaginale bevalling, of een keizersnede.

Borstvoeding

Borstvoeding geven is iets heel natuurlijks. Het is de beste voeding die je je kind kan geven. Borstvoeding bevat de eerste zes maanden precies de juiste voedingsstoffen, antistoffen en groeihormonen die een kind nodig heeft voor een optimale ontwikkeling van de hersenen en het zenuwstelsel. Borstvoeding beschermt je kind tegen verschillende infecties, allergieën en darmproblemen, maar ook tegen overgewicht, suikerziekte en een te hoge bloeddruk; ziekten die op latere leeftijd kunnen ontstaan. Het is altijd op de juist temperatuur, gratis en altijd bij de hand.

Ook voor jou als moeder heeft borstvoeding voordelen, het zorgt voor een goed herstel van je lichaam na de zwangerschap en bevalling. Tevens verlaagt langdurig voeden de kans op borst en baarmoederhalskanker.
Bovenal versterkt borstvoeding de band met je kind en ervaren veel moeders het als een intieme en unieke periode in hun leven.

Bijna iedere moeder kan zelf haar kind voeden. Het is goed je al in de zwangerschap hier op voor te bereiden, door het lezen van boeken of door het volgen van een cursus over borstvoeding. Ook tijdens het spreekuur beantwoord ik graag je vragen over borstvoeding.

Erkennen

Ben je niet getrouwd of heb je geen geregistreerd partnerschap, zorg dan dat je partner al tijdens de zwangerschap het ongeboren kind erkent. Dit heet de erkenning van de ongeboren vrucht. Het is wel nodig dat de moeder akkoord gaat met de erkenning. De erkenning wordt vastgelegd in een akte. Je regelt dan meteen de achternaam van je kind. De erkenning laat je samen opmaken in een van de stadskantoren. Neem beide een legitimatiebewijs mee.

Ouderlijk gezag en voogdij
Erkenning van een kind kan van belang zijn voor het erfrecht, de nationaliteit, het bepalen van het omgangsrecht en het ouderlijk gezag. Voogdij is een vorm van gezag door een niet-ouder. Dat kan een familielid of kennis zijn maar de voogdij kan ook liggen bij een voogdijinstelling.

Wie gezag heeft over een kind heeft een aantal rechten en plichten ten aanzien van de verzorging, opvoeding, het volgen van onderwijs. Met alléén erkennen is niet automatisch het ouderlijk gezag geregeld. Dit kan pas na de geboorte, via de rechtbank. Wanneer je getrouwd bent werkt het anders dan voor geregistreerde partners.

Er bestaan verschillende situaties rondom het ouderlijk gezag. Denk aan tienermoeders, wel of geen vader in het spel, moeders met een geestelijke beperking. Op deze website gaan we daar niet uitgebreid op in. Meer informatie vind je op www.minszw.nl.